![]() |
SBO De Boemerang is opgebouwd rond 2 groepen klassen.
De eerste groep klassen bestaat uit 6 groepen. Hierin zitten kinderen in de leeftijd van 4 t/m maximaal 9 jaar.
De tweede groep klassen bestaat uit 5 groepen met kinderen in de leeftijd van 10 tot 13 jaar.
In al onze groepen vangen we kinderen op met leermoeilijkheden, al of niet in combinatie met gedrags- en werkhoudingsmoeilijkheden. Hier
leren we de kinderen op een positieve wijze om te gaan met hun mogelijkheden en onmogelijkheden op leergebied en de persoonsvorming.
Ons multidisciplinaire team zet het begeleidingspad uit, stelt doelen en zet kinderen op het goede spoor.
Zelfvertrouwen geven, zelfstandigheid ontwikkelen en opbouwen van een individu zijn uitgangspunten van onze didactische- en pedagogische benadering.
Bovendien streven we naar zelfacceptatie, de kinderen leren omgaan met hun 'anders zijn en anders leren'. Dit houdt o.a. in dat we zoveel mogelijk positief stimuleren, structuur, orde en regelmaat bieden, waarnaast de overdracht van normen en waarden zeer belangrijk zijn.
Groeperingsvorm
In de SBO zitten de kinderen gegroepeerd in stamgroepen. Bij het samenstellen van de stamgroepen houden we rekening met meerdere
kindkenmerken. De kindkenmerken en de verschillende vaardigheden van de groepsleerkrachten bepalen, naast de kalendeerleeftijd, de groep waarin het kind het meest tot zijn recht komt. Het uitgangspunt is dat de kinderen zoveel mogelijk aandacht en zorg van de leerkrachten krijgen.
We streven ernaar dat de kinderen het grootste deel van de dag binnen de stamgroep verblijven. Zo is er voor de leerlingen een vaste structuur, zijn er niet te veel wisselingen en kan de leerkracht werken aan een zo goed mogelijke band met het kind.
Toch gebeurt het regelmatig dat er in een groep bij een bepaald vak zoveel niveau's voorkomen dat het noodzakelijk is om voor dat vakgebied extra hulp in te zetten. Daarvoor heeft elke bouw de beschikking over een aantal tutoren (hulpleerkrachten) die de leerkracht van de stamgroep kunnen ondersteunen..
Praktijk- en theoriestroom
De leerlingen die onze school bezoeken hebben niet allemaal dezelfde mogelijkheden. Zolang de leerlingen in de onderbouw of de middenbouw zitten is het mogelijk om in de stamgroep het onderwijs aan te passen aan de mogelijkheden en onmogelijkheden van de kinderen. Er zal daar met veel verschillende instructiegroepjes worden gewerkt en het onderwijsaanbod zal ook van kind tot kind verschillen. E.e.a. is afhankelijk van de prognose die voor het kind wordt vastgelegd. Naarmate het kind in de bovenbouw komt gaan we de kinderen splitsen in een tweetal richtingen.
Zo is er een groep kinderen die de mogelijkheid hebben om zich theoretisch verder te ontwikkelen en die zullen doorstromen naar het VMBO. Zij zullen worden geplaatst in de "Theoretische stroom".
De andere leerlingen zullen na onze school waarschijnlijk doorstromen naar het praktijkonderwijs. Zij zullen in de bovenbouw worden geplaatst in de praktijkstroom, waar naast het reguliere onderwijsaanbod de nadruk zal worden gelegd op het aanleren van praktische vaardigheden.
Het volgen van de ontwikkeling van de leerling
We proberen op een aantal manieren een zo duidelijk mogelijk beeld van de ontwikkeling te krijgen:
Observatie en verslaglegging
Dit gebeurt vooral door de groepsleerkracht. Denk hierbij vooral aan het afnemen van de diverse methodegebonden toetsen om de individuele ontwikkeling per vakgebied te volgen alsook aan observaties om de sociaal-emotionele ontwikkeling te volgen.
Het geautimatiseerde leerlingvolgsysteem
Hierin worden de vorderingen van de verschillende vakgebieden bijgehouden en vastgelegd. Daartoe worden 2-3 keer per jaar toetsmomenten ingebouwd.
Aan de hand van deze gegevens kan men bv. besluiten om verder onderzoek te doen en/of speciale begeleiding in de groep te geven. Deze gegevens worden dan aan het leeringvolgsysteem toegevoegd.
De dossiers worden beheerd door de Intern Begeleiders en zijn toegankelijk voor een ieder die met de zorg van de leerling te maken heeft.
Groepsbesprekingen
Deze worden tweemaal per jaar gehouden en dan worden de individuele leerlingen besproken. Aanwezig zijn dan de leerkracht(en), de psychologe en de Intern Begeleider. Er wordt dan met name nagegaan of de leerling voldoende profiteert van het onderwijsaanbod
en indien dat niet het geval is zal worden nagegaan wat daarvan de oorzaak is en hoe we ons aanbod beter kunnen afstemmen op de specifieke hulpvraag van de leerling. Tijdens deze bespreking kunnen zaken naar voren komen die om nader onderzoek vragen.
Indien nodig verricht de psychologe nader onderzoek of wordt onderzoek door derden verricht. In dit laatste geval gebeurt dat na overleg met de ouders.
Besprekingen met ouders
In de rapportweken worden ouders standaard uitgenodigd voor een rapportgesprek. Naast vorderingen en problemen zal er ook overlegd worden hoe we samen nog beter kunnen afstemmen op de hulpvraag van de leerling.
Daarnaast kunnen ouders tussentijds op elk moment een afspraak maken om met de leerkracht te overleggen. Ook kan de psychologe, de IB-er of een andere betrokkene binnen de school om een gesprek vragen en de ouders uitnodigen.
Ook een huisbezoek behoort tot de mogelijkheden.
Daarnaast wordt er van elke leerling een digitaaldossier bijgehouden. Daarin worden gegevens opgenomen over het gezin, verslag van de psychologe, schoolarts, logopediste, de leerlingbesprekingen, gesprekken met ouders, speciale onderzoeken, handelingsplannen en toets- en rapportgegevens van de verschillende jaren.
Onze speciale zorg
In principe krijgt ieder kind de zorg die het nodig heeeft. Bij ernstige of specifieke problemen wordt er extra aandacht aan geschonken. De groepsleerkracht doet samen met de IB-eren/of psychologe een onderzoek. Dat kan bv. bestaan uit het afnemen van toetsen en het doen van observaties
in de groep etc. Naar aanleiding van dat onderzoek kan een specifiek programma c.q. een handelingsplan worden opgesteld.
Voordat een dergelijk onderzoek plaaatsvindt wordt altijd eerst met de ouders over de problemen gesproken.
Onze werkwijze: